DEEP-sprekers

DEEP-sprekers
Ik heb een vraag
Ik heb een vraag

Weblog

Verbannen liefde in Jeruzalem

11-04-2015
Verbannen liefde in Jeruzalem  Voor de derde keer die week daal ik af van de Olijfberg via de smalle autoweg die tevens dienst doet als voetgangerspad. Het is half acht in de ochtend en samen met vier andere reisgenoten gaan we lopend op weg naar de Gouden Rotskoepel in het hart van de oude stad in Jeruzalem. De bergweg is stijl en glad en we duiken regelmatig de berm in tegen de rotswand om taxi’s en andere voertuigen te laten passeren. Ondanks het vroege uur is het al behoorlijk warm. Ik draag een dunne sjaal over mijn schouders om straks, als de zon op het hoogste punt staat, niet te verbranden en bescherm mijn ogen en haren tegen het nu al sterke zonlicht.

De avond ervoor hebben we in afgesproken wie wat gaat doen vandaag. Sommigen in onze groep willen op het dak van ons hotel in oost Jeruzalem op de Olijfberg een zonritueel doen. Anderen hebben behoefte om de Kerk die aan Maria Magdalena is gewijd te bezoeken. We hebben ook onze ervaringen gedeeld en ons verwantschap met de Essenen, met Jezus en Maria Magdalena. We voelen ons een beetje de Fellowship of the Ring, klaar voor het avontuur dat ons te wachten staat.

Ik heb de roep gehoord om de Rotskoepel te bezoeken op het grote plateau bovenop de berg Moria, ook wel de Tempelberg genoemd. Toen ik een dag of twee eerder in Jeruzalem aankwam kon ik vanuit mijn hotelraam de in de zon blakerende Gouden Koepel al zien liggen, bijna binnen handbereik. Wat een geweldige keuze van de organisatie om dit hotel in oost Jeruzalem uit kiezen voor ons eerste deel van onze reis. Want ook vanuit onze vergaderruimte in het hotel, waar we twee keer per dag samenkomen, hebben we vol uitzicht op de glanzende ronde koepel op de berg. In de groepsruimte kunnen we trouwens ook uitkijken op de naastgelegen kapel, van waaruit Jezus zijn Hemelvaart heeft gemaakt. Hoe treffend is de synchroniciteit met de Hemelvaart van Mohammed die vanaf de berg aan de overzijde is opgestegen.

Voor mij vormt de Olijfberg en de Moriaberg een geheel, ik ervaar althans dat er een bepaalde verbinding is tussen deze massieve bergen. Al is het maar vanwege de drie godsdiensten die hier zo nadrukkelijk hun historische plekken opeisen, het Christendom, Jodendom en de Islam.

Ik heb aan mijn reisgezellen verteld dat ik me mede geroepen voel om de Aqsa compound te bezoeken, zoals de Moslims de plek van de Rotskoepel en Aqsa moskee noemen, als eerbetoon aan mijn man, die moslim is maar hier niet naar toe kan reizen. De eerlijkheid gebied te zeggen dat hijzelf nooit gaat bidden in de moskee, niet in Tunesië waar hij vandaan komt, noch in Haarlem waar we wonen. Dus misschien ben ik wel een beetje heiliger dan de paus aan het worden.

Toch gaat er een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit van dit gouden landmark zo vlakbij. Ik word er als het ware naar toe gezogen. Misschien wel net zo als al die pelgrims, veroveraars, kruisridders en koningen die al ruim 4000 jaar precies daar in Jeruzalem willen zijn. Ik voel het kloppend hart van de geschiedenis op die ene plek. Of is het misschien niet het hart maar juist de navel van de wereld, en de baarmoeder van zoveel strijd, leed en misschien ook geboorte van een nieuwe tijd?

Een dag eerder heb ik de eerste poging ondernomen om de Aqsa moskee te bezoeken. Via de Lionsgate ingang betraden we de oude binnenstad van Jeruzalem. In de begin van de Via Dolorosa zag ik een groepje moslims een steeg inlopen en volgde hen, in de veronderstelling dat ik zo mee naar binnen kon glippen naar de moskee. Nogal naïef gedacht van mij, want de toegang naar het plateau vanaf die kant van de muur wordt bewaakt door bewapende Israëlische soldaten. Ook mijn hoofddoek, die ik uit voorzorg deskundig had laten aanbrengen door aardige moslim schoolmeisjes, op excursie in Jeruzalem, maakte geen indruk bij de wachtpost. Ik kwam er niet in, niet met en niet zonder hoofdbedekking. Wel kreeg ik te horen dat er twee maal per week enkele uren toegang mogelijk was voor niet-moslims via de ingang bij de Westelijke muur.

Vandaag begin ik aan een tweede poging. Zwijgend dalen we met ons groepje af naar de weg onderaan de Olijfberg. We passeren de ingang naar de Maria Magdalenakerk waar we ons later die ochtend weer bij de rest van de groep zullen voegen. Iets lager gelegen staan bij de toegangsweg naar de tuin van Getsemane, waar Jezus zijn laatste uren doorbracht, de eerste toeristen al te wachten. We steken de drukke verkeersweg over en lopen verder naar de muur die om de oude stad heen slingert. Daar volgen we de oude stadsmuur tot bij de Dunggate, de toegangspoort die ooit dienstdeed als plek waar het stadsafval werd afgevoerd. Nu is het de belangrijkste toegang naar de Joodse Klaagmuur en ook naar de erboven gelegen Arabische Rotskoepel. Aan de lange rijen wachtende toeristen te zien zijn we niet de enigen geïnteresseerden vandaag. Er wordt gezegd dat de wachttijd een klein uur is, want eerst moet iedereen door de controlepoortjes en alle tassen worden elektronisch gescand. Sinds de zesdaagse oorlog van 1967 is Israel de baas in Jeruzalem. De toen nog jonge natie kiest in dat jaar voor een preventieve aanval tegen de verenigde Arabische legers van Egypte, Syrië en Jordanië. verovert en bezet grote delen van de Westelijke Jordaanoever, inclusief Jeruzalem, dat tot dan toe onder internationaal bestuur valt. De strijd om de Tempelberg is voorlopig in een kwetsbare en, in toenemende mate explosieve, status-quo beslist: Israel gaat over Jeruzalem, inclusief het deel van de Klaagmuur; de Palestijnen zijn formeel de baas in oost Jeruzalem, en van de Aqsa compound met de Rotskoepel en de Aqsa moskee. Sinds de bouw van de Israëlische Muur dwars door het land worden echter veel Palestijnen van buiten Jeruzalem verhinderd hun heiligdom in de Heilige Stad te bezoeken. Ook de Palestijnen in oost Jeruzalem worden steeds vaker hardhandig geïsoleerd en beperkt in hun burgerrechten. Bewoners van Gaza zijn er nog veel slechter aan toe. De onwettige uitsluiting is pijnlijk en ik voel me bevoorrecht dat ik deze plaats mag betreden.

Wanneer ik eindelijk door de verschillende controle slurven ben gelopen en op het grote plateau stap begint mijn hart enorm te bonzen. Hier betreed ik sacred ground. Op deze plek komt alles samen waar al 4000 jaar strijdt over wordt geleverd. Hier is de geschiedenis zichtbaar en voelbaar van duizenden jaren.

Dit is de historische plek waar God aan Abraham vroeg om zijn oudste zoon te offeren. Hier ook op dit plateau begint waarschijnlijk het tot vandaag voort durende conflict tussen de Joden en de Moslims, want om welke zoon van Abraham ging het eigenlijk? Daarover verschillen de Joden en de Moslims van mening.

Was het Isaak of Ismael die moest worden geofferd? Vader Abraham had immers twee zonen. Een verwekt bij Hagar, de slavin van zijn vrouw Sarah en een bij Sarah zelf, die aanvankelijk onvruchtbaar leek. Ismael, kind van Hagar was de eerstgeboren zoon. De Joden en Christenen echter zien Isaak, het uiteindelijk toch nog geboren kind van Abraham en Sarah als hoofdpersoon van het voorgenomen kindoffer, terwijl de Moslims Ismael, de eerstgeboren zoon van Abraham en Hagar de belangrijkste rol toeschrijven.

Als Sarah uiteindelijk toch zoon Isaac baart laat zij via Abraham onverbiddelijk Hagar met Ismael verbannen, opdat Isaak de rol van de eerstgeboren zoon kan krijgen. Het gaat door me heen dat hier, op deze plek, in de vroege geschiedenis in feite de eerste grote uitsluiting plaatsvindt van een zoon voor de liefde van zijn vader.

Zou dat toen niet net zo veel emotioneel leed hebben veroorzaakt als het nu doet in onze tijd? Want zijn niet veel mannen in onze tijd ook nog altijd gewond en verstoken van de vaderliefde?

Hier ook wordt de ene vrouw boven de andere verkozen, en stuurt de ene moeder de andere moeder met haar kind weg.

Ismael zal later de founding father van de Islam worden, volgens de Moslims waren het Abraham en Ismael samen die in Mekka de Kaaba lieten bouwen, de heilige steen.

Maar de beide broers Isaak en Ismael dragen voor mijn gevoel ook het verwonde mannelijke in zich mee en de beide vrouwen, Sarah en Hagar, het verwonde vrouwelijke.

Een verwonding door uitsluiting en verraad die voelbaar is in de mensheid, door duizenden jaren heen. Hier schreeuwen schaduwzijden van een cultuur om in het licht te worden gebracht.

Mijmerend loop ik verder het plateau op. Rechts zie ik de grote Aqsa moskee liggen, maar mijn aandacht wordt onmiddellijk getrokken door het fiere en voorname bouwwerk verderop. Bijna sta ik oog in oog met de Gouden Rotskoepel en tranen wellen in mijn ogen op. Ik loop in stilte de trappen op naar boven en hoe dichter ik het gebouw nader hoe harder ik moet huilen. Er overvalt me een diep ontzag en ontroering nu ik de muren van de Rotskoepel letterlijk kan aanraken. Alsof ik van verre ben gekomen zoals de vele pelgrims die ooit naar Jeruzalem trokken. De blauwe, met rijk mozaïek versierde muren gebouwd in een achthoek, de immense koperen deuren en de perfecte ronde, met goud beklede koepel.

Hierbinnen is een lange geschiedenis voelbaar van het heilige der heiligen. De rots van Moria waarop het allemaal plaatsvond, waar 2100 jaar voor Christus het offerblok van Abraham stond waarop hij bereid was zijn zoon te vermoorden. Waar 1000 jaar later de eerste Joodse tempel wordt voltooid, die over de rots heen wordt gebouwd door de joodse Koning Salomo, in opdracht van zijn vader Koning David. In deze tempel vindt op dezelfde rots de Ark van het Verbond zijn verblijfplaats. Maar de tempel van Salomo wordt door de Babyloniers tot de laatste steen verwoest, de Joden uit Jeruzalem verbannen en de Ark, waar alles om draait, raakt verloren. Misschien is het waar dat de Ark zich nu in Ethiopië bevindt, zoals wordt gezegd. Er doen vele verhalen over de ronde. Ik weet het niet. Het doet er nu even niet toe. Op deze plek is gebeden en gestreden, zoveel is duidelijk.

De Joden bouwen na hun terugkeer uit de verbanning een nieuwe tempel, zij het in eenvoudige vorm. Pas onder Herodes wordt het plateau enorm vergroot en gerestaureerd. De plek waar ooit het heilige der heilige heeft gestaan, de Ark van het Verbond, is nu echter leeg. Het hart is verdwenen uit de tempel. Er staat wel een ambitieus groot gebouw waar het Romeinse Rijk zijn macht mee toont en waar men van heinde en ver naar komt kijken. Ook Jezus loopt, bidt en preekt in deze Herodes tempel. Het duizelt me, hoeveel geschiedenis, waarvan de energieën hier nog altijd voelbaar zijn, kan een mens hebben? De enorme oppervlakte van het huidige plateau boezemt enorm ontzag in voor wat hier ooit stond. Maar de waves van gebeurtenissen die ik hier opvang gaan nog door.

De oude gigantische tempel is weg, alleen de Westelijke muur die het plateau ondersteunt staat er nog. Het is voor de joden een krachtplaats waar dagelijks wordt gebeden om de tempel te kunnen herbouwen. Daar in de Klaagmuur heb ikzelf gisteren mijn gebedsbriefje tussen de stenen gestopt en gevraagd om de terugkeer van de Shekinah, de vrouwelijke aanwezigheid van God.

Nu sta ik boven op diezelfde muren en aanschouw de twee Islamitische heiligdommen die er al 1300 jaar staan, de Rotskoepel en de Aqsa moskee. Verboden terrein voor de Joden, alweer die pijnlijke uitsluiting, daarom willen sommigen op deze heilige grond zelf hun eigen tempel herbouwen. Het is een vreemd idee dat de Tempeliers die in de Middeleeuwen Jeruzalem veroveren deze Aqsa moskee inrichtten als verblijfplaats voor de kruisridders. Het gebouw zelf schijnt redelijk ongeschonden te zijn gebleven, op wat verbouwingen na, maar het bloed dat met de inname van de stad heeft gevloeid over dit plateau is met geen pen te beschrijven.

Er gaat een koude rilling door me heen terwijl ik verder loop, samen met drommen andere toeristen. Ik dwaal over het terrein tot ik vlak bij de Rotskoepel ben, en word steeds stiller.

Dan sta ik voor een van de vier grote koperen deuren en leg mijn hoofd er tegenaan, in een poging om door de deur heen de energie van het binnenste op te vangen. Zo intens heb ik nog nooit tegen de poort van een heiligdom geleund.

En terwijl de tranen maar blijven stromen loop ik verder en zie opeens tot mijn verassing dat een van de toegangspoorten geopend is. De ingang wordt bewaakt door twee gesluierde vrouwen en een man, die er de leiding heeft. Zonder na te denken loop ik naar de man toe en smeek hem, nog steeds in tranen, om binnen te mogen treden. Hij wijst mijn verzoek resoluut af, alleen moslims mogen erin. Ik zeg terug dat mijn man moslim is en dat ik hier graag voor hem kom, maar het heeft weinig effect. Alleen voor moslims, blijft hij herhalen. In een opwelling zeg ik dat ik ook moslim ben. Niet helemaal een leugen want ik voel me verwant met alle godsdiensten, ook met de islam. Eigenlijk voel me christen, boeddhist, moslim, kabbalist, taoist, esseen, jood, hindoe en wereldburger. Ik betwijfel of het helpt om dat er allemaal bij te zeggen hier aan deze deur, dus houd ik mijn mond en wacht op wat er gaat gebeuren.

De man houdt me voor, dat als ik moslim ben, ik de getuigenis zin moet kunnen uitspreken, de Arabische tekst waarmee iedere moslim zijn geloofsbelijdenis bevestigd. Daar was ik al bang voor, dat had Ton me de dagen ervoor ook al verteld. Voor mij een onmogelijke vraag, want ik spreek geen Arabisch, laat staan dat ik de Sjahada uit mijn hoofd kan opzeggen. De man wuift me opnieuw weg, dit gaat hem niet worden lijkt de boodschap. En terwijl de tranen nog steeds over mijn wangen rollen besluit ik mijn heil bij de twee vrouwelijke bewakers te zoeken. Ik pak de hand van een van hen en smeek of ze me de Arabische tekst wil voorzeggen, zodat ik hem hardop kan horen en proberen na te zeggen. Ze begrijpt mijn behoefte, stuurt me niet weg, en samen spreken we woord voor woord de zin: La ilaha illa Allah wa Mohammed rasul Allah. Er is geen godheid dan God en Mohammed is de apostel van God. Hier kan ik me goed in vinden, de islam ziet God niet als een menselijk persoon, maar als bewustzijn en als het oneindige en ondeelbare Ene. Mohammed is in de islam een boodschapper, die net als Abraham, Mozes, David en Jezus, die in de Koran Issa wordt genoemd, de stem van de Ene heeft gehoord en heeft uitgedragen. Het langzaam uitspreken van de Arabische zin voelt als een intieme overgave aan God en het lijkt of mijn gebeden meteen worden verhoord. De mannelijke wachtpost heeft ons van een afstandje gade geslagen en besluit dat ik nog een tweede tekst moet opzeggen, ditmaal zegt hij het me zelf woord voor woord voor. Snotterend praat ik hem zo goed als ik kan na, de zangerige Arabische klanken herhalend tot we klaar zijn. Dan spreekt hij het verlossende woord, ik mag de Rotskoepel betreden, als ik eerst mijn schoenen uittrek. Ik val een van de vrouwen om de hals van dankbaarheid, zet mijn schoenen bij de deur en ga samen met haar naar binnen, zij zal me de weg wijzen.

Hand in hand lopen we over de zachte, rode tapijten de ruimte in. Het lijkt wel een droom. Ik zie prachtige koperen kroonluchters uit het rijkversierde plafond komen, elegante mozaïek bogen en met marmer bedekte pilaren dragen het dak. Het is er doodstil en het lijkt wel of wij de enigen zijn. Ik mag foto’s maken en probeer met mijn telefoon een paar indrukken vast te leggen. Dan blijkt, tot mijn ontzetting, de rots, waar alles om draait, in het cirkelvormige centrum van het gebouw, afgeschermd te zijn met wit bouwplastic. Er zijn kennelijk restauratie werkzaamheden gaande en de binnencirkel van het gebouw staat volledig in de steigers. Hier kom ik voor, maar ik kan hem niet zien! Veel tijd om bij stil te staan krijg ik niet, want ik word door de vrouw meegenomen naar een andere kant. We staan stil bij een smalle trap en ze vraagt me om mijn rechterhand in een holle ruimte in het marmer te steken. Het doet me denken aan het bakje wijwater vroeger bij de ingang van de katholieke kerk, waar ik als kind mijn vingers in mocht dopen en dan een kruisje slaan. Ik doe wat me wordt gevraagd en ga dan achter haar de 16 treden tellende trap af, totdat we in een kleine grot staan pal onder de rots.

Ik weet niet wat me overkomt, deze ruimte lijkt nog veel belangrijker dan de Fundatie steen erboven. Ik zie twee Palestijnse vrouwen geknield en in gebed op de vloer. Het is er doodstil, op het geluid na van een kleine ventilator. Ik sta in de Well of Souls, in het heilige der heiligen van alle Abrahamitische godsdiensten, waar volgens de Joden in de eerste tempel de Ark van het Verbond werd bewaard die Mozes van God kreeg. De kabbalah ziet deze plaats als een parallel met de plaats onder de Troon van God, (de Fundatie steen) waar zielen wachten om te worden geboren. De Tempeliers kwamen hier om God’s land te beschermen. Opnieuw stromen de tranen over mijn gezicht en ik kniel neer op het tapijt. God koos volgens de Talmud deze plek op de Tempelberg als rustplaats voor Shekinah, de vrouwelijke goddelijke verschijning als Divine Presence, ik heb haar aanwezigheid nog nooit zo dichtbij gevoeld. Mijn hele lichaam begint te tintelen en ik word overstroomd door blijdschap. Mijn hart klopt in mijn keel en ik kan het wel uitroepen van vreugde. Dit is het begin en het einde van de wereld, hier lijkt alles samen te vallen, ik ben sprakeloos en voel me gedragen als in een baarmoeder. Het dringt tot me door dat de heilige kracht van deze plaats al 4000 jaar of langer wordt ervaren, verteld en doorgegeven van generatie op generatie.

Mijn Palestijnse begeleidster legt uit wat de marmeren altaars betekenen die aan weerszijden van de trap zijn aangebracht, een voor Mohammed en een voor Suleiman. Ze wijst me op een uitsparing in het rotsplafond boven mijn hoofd, en ik raak de plek aan met mijn handen gestrekt naar boven. Ik voel in de ruimte de aanwezigheid van een energie vortex en ga er in staan. Ik laat de energie door me heen stromen en word meteen rustig. Het lijkt wel of ik hier door de tijd/ruimte dimensie kan bewegen zonder grenzen te passeren. Volgens de vrouw die me begeleidt is dit de plaats waar Mohammed

ten hemel is opgestegen, en ik voel onmiddellijk waar ten hemel opstijging over gaat, alsof er dan buiten de ruimte/tijd wordt gestapt.

Als ik alles op me in heb laten werken neemt ze me weer mee naar buiten, ik loop half verdoofd achter haar aan de trap op. We maken nog een ronde door de gangen en dan staan we weer buiten. Met een warme glimlach geeft ze me haar zwarte glanzende bidkralensnoer, als souvenir aan Aqsa. Ik ben opnieuw in tranen en omhels haar dankbaar. Buiten tref ik de anderen van de groep en we lachen en huilen tegelijk van ontroering. Ik kan nog maar moeilijk bevatten wat me is overkomen.

Later die ochtend voegen we ons bij de anderen in de Maria Magdalena kerk. Ton raadt me aan deze ervaring en de energie van de Rotskoepel te verankeren op deze plek. Ik vraag aan twee mensen van onze groep of ze me willen helpen en al snel maken we met een kleine groep in een cirkel contact met de aarde onder onze voeten, we zinken dieper en dieper naar beneden de aarde in, en brengen met ons bewustzijn de hemelse vadergod energie naar de kristallen kern van moeder aarde, de kosmische Moeder. Gisteren nog heb ik gebeden om de terugkeer van de Shekinah bij de Klaagmuur en vandaag heb ik haar ontmoet. Voor mij is zij als de voelbare aanwezigheid van het Christusbewustzijn en de onvoorwaardelijke liefde.

We besluiten om s’ avonds met een deel van de groep terug te keren naar de oude stad en in de tunnels en gangen onder de Klaagmuur ons energetische werk voort te zetten. Net als boven de grond blijkt er ook onder de grond tegen de oude muren aan te worden gebeden, vooral door vrouwen. We ervaren in de tunnelgangen de pijn om geen toegang meer te hebben tot de Tempelberg. De ondergrondse muur voelt als een scheidingswal en we gaan met ons hele lichaam tegen de muur staan en proberen er energetisch doorheen te gaan, om de energie die we deze ochtend aan de andere kant van de muur hebben opgehaald en die is verankerd diep in de aarde van de Olijfberg terug te brengen tot onder het plateau van de Tempelberg.

Ik ervaar dat we zo een energetische brug van verbinding vormen tussen de polariteiten van het vrouwelijke en het mannelijke, van Hagar en Sarah, naar Ismael en Isaak, met Abraham als centrale dragende kracht. Hier planten we het zaad voor de boom van vereniging van alle volken en religies, en de terugkeer van het Christusbewustzijn in het Gouden Jeruzalem.

Ingrid Groenen

info@ingridgroenen.nl




Reacties:


Geef je reactie: